FCI groep 4: Dashonden

Wij kennen de dashond beter als de Teckel. Oorspronkelijk doel van de tekkel was het jaggen op dassen en vossen, vandaar de naam Dashond. Door de eeuwen heen hebben de Dashonden zich ontwikkeld tot negen variŽteiten. Er zijn drie haarsoorten: kortharige, ruwharige en langharige teckels. Iedere haarsoort komt voor in drie groottes, waarvoor de maat van de borstomvang bepalend is. Er zijn hondjes met kromme en met rechte benen. De kortharige Dashond wordt gezien als de meest originele vorm. De Ruwhaar ontstond door inkruising van de ruwharige Duitse Pinscher en de Schnauzer. Voor de Langhaar gebruikte men de Setter en Cocker SpaniŽl. Om met Teckels ook op bunzings, wezels en konijnen te kunnen jagen, zijn de Dwergteckels en de Kaninchenteckels ontstaan. Kaninchenteckels danken hun naam aan het feit dat ze klein genoeg zijn om in een konijnenhol te kruipen. Teckels hebben echte brakkeneigenschappen zoals een uitstekende neus, luid jagen en een groot uithoudingsvermogen. Ze zijn werklustig, moedig en volhardend. Door hun lage bouw en goede neus zijn ze voor alle speurwerk geschikt. Ook kunnen Teckels worden ingezet voor de jacht op wilde zwijnen. Een teckel is een fijne huishond door hun waaksheid en vrolijkheid. Daarnaast is een Teckel slim, eigenwijs, moedig, trouw en aanhankelijk.

Sectie 1: Dashonden